Blaricum Klimaatbestendig

Inleiding

Door klimaatverandering kunnen we in de toekomst hogere temperaturen, een stijgende zeespiegel, nattere winters en heftigere buien verwachten. Tegelijkertijd neemt de omvang van het stedelijk gebied toe. Dit heeft als gevolg dat wateroverlast, droogte en hittestress steeds vaker voorkomen, wat zonder maatregelen kan leiden tot schade. In het Deltaprogramma (2017) hebben gemeenten en andere overheden zich verbonden aan de ambitie om vanaf 2020 klimaatadaptief te handelen zodat in 2050 het stedelijk gebied in Nederland klimaatbestendig, water- en hitte robuust ingericht is en beheerd wordt.

Blaricum heeft voornamelijk last van verdroging door de winning van grondwater voor drinkwater. Om grondwaterstanden op peil te houden is het belangrijk dat ook in stedelijk gebied hemelwater goed in de bodem kan infiltreren. Door afkoppeling van verhard oppervlak en infiltratievoorzieningen, zal hemelwater niet meer in het gemengde riool terecht komen en vaker meteen de bodem infiltreren.

Daarnaast is hittestress een belangrijk effect dat kan ontstaan binnen steden door klimaatverandering. Het is het effect van plotseling hogere temperaturen op de gezondheid van kwetsbare mensen. Dit moet natuurlijk zoveel mogelijk beperkt worden. Dit kan door bij de inrichting van de openbare leefruimte voor verkoeling te zorgen. Ook kan er, als onderdeel van de energietransitie, aandacht gevraagd worden voor koeling en kan er voorlichting gegeven worden over hittestress.

In deze verkenning ligt de focus op klimaateffecten veroorzaakt door verandering in neerslag. Eerder is gebleken dat in Blaricum het regenwater door hoogteverschillen, weinig oppervlaktewater en een inadequaat rioolsysteem soms moeilijk weg kan. Dit kan leiden tot veel overlast. De verwachting is dat dit alleen maar erger zal worden in de toekomst. Daarom wordt in deze rapportage onderzocht hoe het afvalwater en regenwater in de gemeente wordt verzameld en verwerkt en hoe dit toekomstbestendig gemaakt kan worden.

Gemeentelijke zorgplichten

De gemeente heeft drie zorgplichten: de afvalwater- hemelwater- en grondwaterzorgplicht. De eerste twee zullen de focus vormen van deze verkenning. De afvalwater- en hemelwaterzorgplicht gingen eigenlijk altijd hand in hand omdat hemelwater werd afgevoerd met hetzelfde rioleringssysteem als afvalwater. Omdat hemelwater niet een constante stroom vormt maar in golven komt, moet het rioolsysteem uit enorme buizen bestaan om te voorkomen dat het problemen veroorzaakt. Dit soort voorzieningen zijn kostbaar en ongezuiverde afvalwaterlozingen leiden tot milieuschade. In de jaren 70 werden er maatregelen getroffen om dit tegen te gaan. Maar omdat er altijd een grens aan de capaciteit van rioolsystemen zit, zijn de opgestelde normen gebaseerd op de kans dat de norm wordt overschreden. Zo is het toegestaan dat binnen een bepaalde tijd, een beperkt aantal keer wateroverlast mag ontstaan.

Nu er een specifieke hemelwaterzorgplicht is, is de verwerking van hemelwater door de gemeente officieel vastgelegd. De zorgplicht houdt in dat de gemeente zich zal inspannen om het regenwater te verzamelen en te verwerken als het redelijkerwijs niet van een particulier kan worden gevraagd om zijn regenwater zelf te verwerken. Dit betekent dat de gemeente dus niet per se verantwoordelijk is voor de inzameling van hemelwater en dus ook niet voor de eventuele schade die hemelwater kan veroorzaken. Toch is nog steeds 95% van het verharde oppervlak aangesloten op een gemeentelijke voorziening. Wel wordt 35% van het hemelwater op verharde oppervlak geïnfiltreerd in de bodem of direct geloosd op oppervlakte water.

Wat betekent klimaatverandering concreet voor de gem. waterbeheerders?

Allereerst moeten we onderzoeken of, met een veranderend klimaat, het rioolsysteem nog voldoet aan de afspraken gerelateerd aan de afvalzorgplicht. Dit kan door middel van modeleren. Indien noodzakelijk kunnen aanpassingen worden voorgesteld. Daarnaast moet de hemelwaterzorgplicht en de daaraan gekoppelde taak van de gemeente opnieuw beoordeeld worden. Er moet gekeken worden naar schade en het voorkomen ervan bij extreme buien. Vervolgens moet besloten worden welke rol de gemeente kiest. In hoeverre zullen zij verantwoordelijk zijn voor de verwerking van hemelwater en welke risico’s zijn aanvaardbaar?

Het handelingsperspectief gaat over dit soort vragen. In dit onderzoek worden verschillende handelsperspectieven van de gemeente verkent. Dit wordt gedaan door eerst te toetsen hoe toekomstbestendig Blaricum is op dit moment. Vervolgens kijken we welke maatregelen getroffen kunnen worden om de risico’s te beperken en aan de milieunormen te voldoen. Dit wordt gedaan aan de hand van verschillende scenario’s. Uit de resultaten wordt gepoogd het handelingsperspectief van de gemeente te schetsen.

Uitgangspunten

Hinder, schade, overlast

Hinder, schade en overlast (andere optie is de tabel te gebruiken blz 16/blz 13)zijn drie belangrijkje begrippen als het gaat om hemelwater. Alle drie moeten zoveel mogelijk voorkomen worden maar hinder en overlast zijn toelaatbaar eens in de 2 jaar (hinder) en eens in de 5 jaar (overlast). Schade mag eigenlijk nooit voorkomen.

Hinder

Er is sprake van ‘hinder’ als regenwater, dat op een perceel valt, zodanig slecht afvloeit dat er bij regen langdurig water tegen de gevel van een gebouw staat (<10 cm) en de kwaliteit van het gebouw aantast. Ook als een grote plas water het gebruik van het perceel, of gemeenschappelijke ruimte, onmogelijk maakt is dit hinder. Hinder kan ontstaan bij 24-35 mm/h regenval.

Overlast

Er wordt gesproken van overlast als het afwatersysteem van de perceeleigenaar hinder veroorzaakt elders. Dit kan bij de buren zijn maar ook verderop benedenstrooms. Perceeleigenaren moeten dit dus zien te voorkomen maar ook de gemeente moet maatregelen treffen om overlast te voorkomen veroorzaakt door regenwater van de openbare ruimte. Overlast kan ontstaan bij 35-46 mm/h regenval.

Schade

Bij schade is, ondanks algemene voorzorgsmaatregelen van gebouweigenaren, regenwater of rioolwater toch een gebouw binnengedrongen. Schade ontstaat door een extreme regenbui. Schade kan ontstaan bij meer dan 46 mm/h regenval.

Verwerken, beheersen en beschermen (VBB)

‘Verwerken, beheersen, beschermen’ is een methode om doelmatig om te gaan met hemelwateroverlast. Het gaat hierbij om het beoogde resultaat van de maatregelen en de doelmatigheid ervan.

Verwerken:

Maatregelen waarmee regenwater, dat op een doorsnee dag op verhard oppervlak valt, wordt geloosd met als doel het vermijden van lokale hinder. Lozing op het riool moet waar mogelijk zoveel mogelijk voorkomen worden om hinder, overlast en schade te vermijden. Bij een deel van de openbare ruimte en particulieren zal dus een alternatieve verwerkingsmethode moeten worden aangebracht.

Beheersen:

Dit zijn maatregelen die worden genomen om specifiek overlast te voorkomen. Hier gaat het namelijk om het beheersen van de afstroming van regenwater bij stevige buien. Het stadium verwerking is dus voorbij en nu moet de situatie onder controle gehouden worden.

Beschermen:

Beschermende maatregelen worden genomen als verwerkings- en beheersmaatregelen samen niet kunnen voorkomen dat kwetsbare objecten beschadigen bij veel hemelwater.

Verwerkingskosten zullen meestal hoger liggen dan beheers- en beschermingskosten. De verhouding is respectievelijk ongeveer 80%, 19%, en 1%.

Verschillende scenario’s

We zijn gaan zoeken naar oplossingen voor hinder en overlast of overschrijding van de milieunormen langs twee scenario’s:

Conservatief scenario:

Gemeente focust zich op haar afvalzorgplicht en op haar rol van beheerder van de openbare ruimte. Er worden maatregelen getroffen in de openbare ruimte die risico’s bij extreme buien zo veel mogelijk beperken.

Gebiedsgerichte scenario:

Beschrijft de meest doelmatige aanpak om hinder, overlast en schade door afvalwater en hemelwater binnen de gemeentegrenzen te voorkomen, ongeacht of die maatregelen in de openbare ruimte of op particulier terrein worden genomen.

Hydrologische deelgebieden

Blaricum is opgedeeld in drie gebieden met allemaal een ander watersysteem: Blaricum-dorp, Bijvanck en Crailo.

Blaricum-dorp

Hier wordt mee gestart. Dit gebied is het meest complex en vergt daarom extra aandacht. Kenmerken zijn grote hoogteverschillen, een gemengd rioolstelsel, beperkte openbare ruimte en de aanwezigheid van grote particuliere percelen. De hoogteverschillen hebben effect op het functioneren van het riool en veroorzaken stevige stroming over het maaiveld.

Huidige situatie

Bij een regenbui van 24 mm vindt er op een aantal plekken aanzienlijke hinder plaats als afvalwater op straat komt te staan door druk op het riool. Bij 35 mm stroomt water via maaiveld door tuinen en tussen woningen en kan er hinder ontstaan. In enkele gevallen kan dit ook schade veroorzaken. Bij nog extremere buien (60/80 mm/u) wordt het risico op schade en overlast nog groter en kunnen wegen moeilijk begaanbaar worden.

Scenario 1, Conservatief

Al het verharde oppervlak in de openbare ruimte wordt afgekoppeld. Hierdoor zal het aantal overstorten net onder de toegestane hoeveelheid komen. Met deze maatregelen, kan overal behalve in het centrumgebied 35mm op het riool geloosd worden. Echter niet alle schade kan worden weggenomen bij extreme buien.

Scenario 2, Conservatief+

Naast de maatregelen in de openbare ruimte, worden in dit scenario bewoners aangespoord (d.m.v. subsidie) om af te koppelen en er wordt vanuit gegaan dat 30% dit ook daadwerkelijk doet. Dit zal leiden tot minder belasting van het riool waardoor daarin minder grote maatregelen nodig zijn. Naar verwachting is hierdoor de kans op schade lager maar het is moeilijk te voorspellen of bewoners ook echt zullen meedoen. Om die onzekerheid weg te nemen kan er gekozen worden voor het verplichten van afkoppeling of het volledig vergoeden ervan.

Scenario 3, Gebiedsgerichte aanpak

In dit scenario zijn de meest effectieve maatregelen genomen ongeacht de plek (openbaar of particulier) om hinder en overlast voorkomen. Er zou nog wel schade kunnen ontstaan door resterende waking maar het gebied waar dit voor kan komen is een stuk kleiner vergeleken met andere scenario’s. De druk op het riool is kleiner waardoor lager gelegen gebieden er nu optimaal gebruik van kunnen maken en de kans dat rioolwater woningen binnendringt wordt beperkt.

Conclusie

Collectieve maatregelen kunnen effectief worden ingezet om hinder en overlast te voorkomen, ongeacht welk scenario. Wel blijkt dat scenario 2 en 3 tot de laagste milieubelasting leiden en goedkoper zijn dan de conservatieve aanpak. Alle scenario’s houden restschade over waar geen collectieve maatregelen voor helpen. Daarom is het van belang dat deze worden aangevuld met lokale beschermende maatregelen in kwetsbare gebieden. Afhangend van het handelingsperspectief van de gemeente, kunnen verschillende scenario’s het best passend zijn:

Conventioneel handelingsperspectief:

De gemeente richt zich alleen op het voorkomen van hinder, overlast en schade in de openbare ruimte en op het voorkomen van het overschrijden van lozingsnormen. Het voorkomen van particuliere schade is een particuliere oplossing. Met deze instelling lijkt het plus scenario het meest doelmatig effectief omdat de kosten lager liggen dan het conservatieve scenario.

Het collectieve handelingsperspectief:

De gemeente richt zich niet alleen op hinder, overlast en schade in de openbare ruimte, maar probeert ook collectieve maatregelen te treffen als daarmee de schade voor particulieren bij extreme buien kan worden beperkt. Daarbij is scenario 3 de beste aanpak.

Het maatschappelijk handelingsperspectief:

De gemeente voorkomt hinder, overlast en schade in de openbare ruimte en spant zich in om alle maatregelen te treffen om schade bij particulieren te voorkomen tenzij die maatregelen niet doelmatig zijn of de verantwoording zijn van de particulier zelf. Hier kan de gemeente ervoor kiezen om aanvullend op de maatregelen in het collectieve perspectief een programma uit te voeren.

Bijvanck

Op korte tot middellange termijn zal hier een herinrichting plaatsvinden. kenmerken zijn een gescheiden stelsel, kleine particuliere percelen, relatief veel oppervlaktewater en grondwateroverlast in het noordelijke deel.

Huidige situatie

De bijvanck heeft last van grondwaterproblemen, vanwege een slecht doorlatende bodem. Het is niet wenselijk om water te infiltreren op het maaiveld en kan alleen toegepast worden bij extreme neerslag. Hoewel het hemelwaterstelsel voor het grootste gedeelte goed loopt, kunnen er toch problemen ontstaan.

Oplossingsrichting

Hier worden alleen maatregelen getroffen in de openbare ruimte en niet op particulier terrein. De bijvanck heeft een hemelwaterstelsel die met aanpassingen ingericht kan worden om overtollig water af te voeren naar de verschillende waterbuffers. Alleen bij erg heftige regenbuien zou er meer inzet gevraagd moeten worden van particulieren om schade te voorkomen. In dat geval zullen bewoners gericht benaderd worden.

Crailo

Regenwater hier is al afgekoppeld van de riolering waardoor de inrichting al water robuust te noemen is. Zelfs bij zwaardere buien vindt geen schade plaats veroorzaakt door afstromend water vanuit de openbare ruimte. Daarom zijn er nauwelijks maatregelen nodig voor een klimaat adaptieve inrichting. Het enige aandachtspunt ligt bij het voorkomen van afstroming vanuit het gebied richting de snelweg.

Conclusies en aanbevelingen

Voor alle drie de deelgebieden geldt dat een gebiedsgerichte aanpak het meest effectief is om Blaricum toekomstbestendig te maken. De maatregelen die worden aanbevolen zijn voor de Bijvanck en Crailo vrij minimaal. In de Bijvanck kunnen ze gemakkelijk worden geïntegreerd in de geplande herinrichting van de openbare ruimte. In Crailo zijn een aantal collectieve maatregelen in de openbare ruimte voldoende. Verder wordt het aangeraden dat beide gebieden ook particulieren aansporen of ondersteunen eventuele maatregelen te treffen. De kosten zijn respectievelijk 0,6 en 0,15 miljoen euro. In Blaricum dorp zijn meer maatregelen nodig. Naast technische en collectieve maatregelen in de openbare ruimte, is het ook aan te raden samen met bewoners aanvullende maatregelen uit te werken. De kosten van dit plan wordt geschat op 3,5 miljoen euro.

Bij elkaar opgeteld worden de totale kosten dus op 4,25 miljoen euro geschat. Verdeeld over 40 jaar zou dit tot een geleidelijke stijging van rioolheffing leiden met €18,- per huishouden.