Een interview met drie Utrechters over het warmtenet in hun buurt: Ahmed uit Azaleaberg, Bea uit Begoniadal en Chi-ara die woont in de Cyclaambuurt. Alle drie betrokken bewoners die zich in 2020 vanaf het eerste uur hebben inge-zet voor de warmtevoorziening in hun wijk. Met hen kijken wij terug naar het ontstaan en de groei van hun gedroom-de warmtenet.

Wij zien toch wel grote verschillen tus-sen jullie drie buurten. In de Cyclaam-buurt en ook in Begoniadal met veel huurwoningen is een warmtenet gegroeid, terwijl op de Azaleaberg de meeste men-sen individueel all-electric bleven. Hoe is dat allemaal zo gekomen?

Ahmed: Tegelijk met de andere buurten zijn wij in 2020 begonnen met plannen voor de aanleg van een laag-tem-peratuur-warmtenet volgens het groeicon-cept van de Warmtedelers. Hun verhaal overtuigde het meest. De Warmtedelers liet zien dat je de technische en financiële risico’s laag kunt houden door klein te be-ginnen met bijvoorbeeld 100 of 150 wo-ningen. Je breidt pas uit als er een groeien-de vraag is. Hun troef was het onderscheid tussen beginnen, groeien en beheren van een warmtenet. Voorbeelden van deze drie fasen zie je overal: drinkwater, riool, elektriciteit, telefoon, gas, het ontstaan van woningbouwverenigingen. Allemaal voorbeelden uit de rijke geschiedenis van onze maatschappelijke vooruitgang. Daar is de energietransitie in feite een voort-zetting van. Net als eind 19e eeuw, toen de woningwet ontstond, begon het bij ons met energie als een collectief maatschap-pelijk belang. Dat groeide met inzet van burgers en gemeente uit tot een stabiele voorziening. Pas in de beheerfase, waar wij nu, in 2050, zijn aanbeland, zullen wij besluiten wat wij met ons warmtenet doen. Houden we het zelf in beheer, la-ten wij het zoals het riool geheel aan de gemeente over, of maken we er een soort woningbouwvereniging of warmteschap van. We kunnen het ook verkopen en met de opbrengst nieuwe dingen doen voor onze buurt. Privatisering is een keus aan het eind, niet aan het begin. In de verhou-ding die wij nu hebben met de gemeente kunnen wij dat soort dingen democratisch besluiten.

De Warmtedelers hielp ons om vanuit de beginsituatie te denken en niet alleen vanuit de eindsituatie. De bewoners staan centraal en het groeitempo wordt bepaald door het tempo waarin mensen zelf willen meedoen. En dan zie je hun betrokken-heid groeien. Zo is het bij ons ook gegaan. Meedoen uit eigenbelang, en gaandeweg vormt zich een gebruikersgroep. En daar zitten altijd wel mensen tussen die, zoals wij, in het bestuur willen en hun zondagavond op willen geven, haha. Anyway, de Warmtedelers maakte dui-delijk dat ons net kon uitgroeien tot een net waarop lokale bronnen en bewoners hun warmte en koude kunnen delen: een volwaardig 5e generatie warmtenet voor verwarming en koeling.

Doorslaggevend was dat je al vanaf dag één goedkoper uit was dan met wat aardgas toen kostte. Voorwaarde was wel dat de investering in het distributienet op langere termijn kon worden afgeschreven. Net als bij de riolering: 40 tot 50 jaar. Die ruimte was er want zo’n laag tempera-tuurnet gaat technisch veel langer mee. Als het moet, kan de afschrijving naar 70 jaar of lang. De eerste stappen zijn cruci-aal. Zorg dat er een net komt waar je zo lang mogelijk gebruik van kan maken, en waar je morgen mee aan de slag kan. Aan die voorwaarde kon voldaan worden nadat ook de gemeente zich committeer-de aan dat uitgangspunt. Nou eigenlijk de gemeenteraad, hè, Chiara, toen zij zich realiseerden dat ze onze vertegenwoordi-gers waren, haha, echt tof!

Chiara: Ja, het was toen, 30 jaar geleden, een principiële discussie met de gemeente over de scheiding tussen het distributienet en de levering van warmte vanuit allerlei bronnen. Wat doet de markt en wat doen wij? We zaten toen nog erg in een wij-zij relatie. Nou, eigenlijk meer een driehoek: wij, zij en de markt. Waarbij wij, burgers en gebruikers, eigenlijk niks te zeggen hadden. Die houding van de ge-meente Utrecht, maar eigenlijk van alle gemeenten, is toen echt veranderd. En na die Coronapandemie was er publiek geld, dat speelde natuurlijk ook mee. Kijk, ei-genlijk lag het heel simpel, de markt kon alleen meedoen als de overheid garant ging staan. En daarbij werd steeds vanuit een eindsituatie gerekend. Meteen de op-timale oplossing neerleggen is misschien het meest effectief voor de businesscase van marktpartijen, maar niet vanuit het perspectief van ons gebruikers. Hoe kun je nu denken dat alle Nederlanders even snel hun huis geschikt maken voor lage